Cijfers
Waarom de Belgische loonkloof zowel 0,7 als 19,5 procent is
Drie instanties, drie cijfers, allemaal correct. Een uitleg over wat er precies gemeten wordt — en welk cijfer voor jouw bedrijf relevant is.
Wie de loonkloof in België opzoekt, botst op cijfers die ver uit elkaar liggen. Dat is geen slordigheid. Het zijn verschillende metingen die verschillende vragen beantwoorden.
0,7 procent — Statbel, volgens Europese methode
Statbel berekent het verschil in bruto uurloon volgens de instructies van Eurostat, zodat internationale vergelijking mogelijk is. Voor 2023 kwam dat uit op 0,7 procent. Daarmee heeft België na Luxemburg de kleinste kloof van de Europese Unie, waar het gemiddelde rond 13 procent ligt. In 2013 bedroeg dat Belgische cijfer nog 7,5 procent.
De methode heeft wel eigenaardigheden. Voor onderwijzend personeel tellen bijvoorbeeld alleen de uren voor de klas mee, niet de voorbereiding of de administratie. Statbel gaf zelf aan dat het cijfer naar 4,7 procent stijgt zodra je met werkelijk gewerkte uren rekent in plaats van contractuele.
7,0 en 19,5 procent — het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen
Het Instituut vertrekt van de gegevens van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, dus van alle loontrekkenden in plaats van een steekproef. Gecorrigeerd voor arbeidsduur komt de kloof daar op 7,0 procent uit. Zonder die correctie — dus gewoon: wat verdient een vrouw op jaarbasis tegenover een man — is het 19,5 procent.
Dat laatste cijfer meet iets anders dan discriminatie. Het meet vooral dat vrouwen veel vaker deeltijds werken. Maar het is wel het bedrag dat op de rekening komt.
De kloof groeit met de leeftijd
Interessanter dan het gemiddelde is de spreiding. Bij werknemers onder de 25 is de kloof licht negatief: vrouwen verdienen er gemiddeld 0,2 procent méér. Bij 35- tot 44-jarigen loopt het op tot 4,4 procent, en bij 55- tot 64-jarigen tot 8,5 procent.
Dat patroon vertelt iets over hoe loonverschillen ontstaan. Niet bij de aanwerving, maar in de jaren erna — bij promoties, bij onderhandelingen, bij loopbaanonderbrekingen die niet worden ingehaald.
Wat dit betekent voor een kmo
Het nationale cijfer zegt weinig over jouw bedrijf. Een kmo met veertig mensen kan een kloof van nul hebben of van vijftien procent, en het gemiddelde van het land verandert daar niets aan.
De enige manier om dat te weten is meten op je eigen gegevens, per functie of per categorie van gelijkwaardig werk. Dat is meteen ook wat de richtlijn straks vraagt van grotere ondernemingen — en wat kleinere bedrijven vandaag al kunnen doen om niet voor verrassingen te staan.
Bronnen
Waar dit op steunt
Statbel
Loonkloof volgens Eurostat-methode, cijfers 2023.
Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen
Loonkloofcijfers op basis van RSZ-gegevens, 2023.
Eurostat
Gender pay gap in unadjusted form, EU-vergelijking.
Trends
Analyse van het verschil tussen beide meetmethodes.
Dit artikel is informatief en geen juridisch advies. De Belgische omzetting van de richtlijn was op het moment van schrijven nog niet afgerond; controleer bij twijfel de actuele stand van zaken.
Vragen bij wat je hier leest?
In een kennismaking kijken we naar jouw situatie in plaats van naar het algemene geval.